dinsdag 6 april 2010
Eén week na mijn Nederlandse Muziekprijs examen Vorige week woe...
Vorige week woensdag speelde ik in het Bethanienklooster mijn Nederlandse Muziekprijs examen. Ik ben geslaagd. Dat wil zeggen dat ik op 14 november tijdens een soloconcert met het Brabants Orkest de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst zal mogen nemen van de minister van OC&W. Een big deal dus. En dat is het ook geweest voor me de afgelopen jaren.
Zo is het gegaan. In 2002 studeerde ik af aan het Conservatorium van Amsterdam. Daarna heb ik een jaar gefreewheeld; met mijn kwartet gespeeld, concoursen gewonnen, solorecitals gegeven, etc. Tot Arno Bornkamp, mijn voormalig docent een keer naar me toe kwam op de Dag van de Kamermuziek in Vredenburg. Hij vroeg me hoe het ging, wat mijn plannen waren en vertelde me uiteindelijk dat hij een toekomst voor me voorzag die niet alleen uit kwartetspelen bestond (ik gaf toen nog geen les aan het Fontys Conservatorium). Arno raadde me aan te gaan auditeren voor het Nederlandse Muziekprijs traject. Wat ik uiteindelijk in 2005 deed. Ik speelde toen in de concertserie 'Het Debuut' met mijn goede vriend Wijnand Van Klaveren en heb al deze concerten opgenomen en de beste naar de commissie gestuurd. Die eerste ronde kwam ik door en ik mocht live auditeren in Amsterdam. Een zware auditie. Ik was al een tijdje niet meer gewend in een auditiesfeer te spelen. Het commentaar van de commissie was dat meer moest communiceren met mijn publiek. Dat klopte ook wel op dat moment; ik had een cirkeltje om me heen getrokken en besloten me niets aan te trekken van de commissie in de zaal en alleen voor mezelf en Wijnand te spelen, zoals mijn vader me vroeger aanraadde als ik nerveus voor concoursen. Deze auditie was in 2006. Over het gehele traject heb ik dus precies 4 jaar gedaan. De Nederlandse Muziekprijs is een mogelijkheid tot extra verdieping na je conservatorium Ik kreeg budget om mijn eigen studieplannen te verwezenlijken, in overleg met mijn mentor John Floore. De toenmalige voorzitter van de commissie, Huub van Dael, had bedacht mij twee mentoren toe te wijzen, de andere was Anner Bijlsma. Een meesterzet bleek, waar ik Huub nog steeds dankbaar voor ben. De lessen bij Anner hebben mijn ontwikkeling als artiest een nieuwe impuls gegeven. Loslaten van wat ik heb geleerd op het conservatorium was eigenlijk het devies. Over loslaten gesproken: De andere zeer bepalende persoon in mijn traject was Kenny Werner. Ik reisde in 2008 naar New York om een week lang een privé workshop 'Effortless Mastery' te volgen bij hem thuis. (muzikanten lezers: lees dit boek!). Deze cursus heeft mijn basisvorming als artiest eigenlijk afgemaakt, op een heleboel vlakken. Misschien dat ik daar later nog eens over blog.
Nu zit ik mijn hotelkamer in Wenatchee, Washington, op tour met mijn kwartet. Na een persoonlijk traject vanaf 2003, toen ik mijn gesprek had met Arno heb ik na bijna 7 jaar de Nederlandse Muziekprijs binnengehaald. Ik besef het nog niet zo goed, denk ik. Het leven ging gelijk door. De dag na mijn examen heb ik heerlijk doorgebracht met mijn vriendin in zoon (in de tussentijd was ik ook nog vader geworden!), en de dagen daarna heb ik overdag kwartet gespeeld, om gisteren te vertrekken voor een tour van twee weken.
De Nederlandse Muziekprijs is de hoogste prijs die een Nederlands musicus kan behalen. En dat is me gelukt. Dat is nogal wat. En nu? Het eerst maar eens goed tot me laten doordringen dat ik nu écht klaar ben met mijn opleiding. Ik blijf me ontwikkelen natuurlijk, maar studeren aan een 'instituut' is nu klaar. Ik hoop in een iets comfortabeler 'zone' te komen, dat ik me wat vrijer ga voelen, en me niet meer zo hoef te bewijzen. Alhoewel ik daar deze prijs eigenlijk niet voor nodig zou moeten hebben.
vrijdag 2 april 2010
The Netherlands Music Prize is the highest award a Dutch musician can receive.
zondag 14 maart 2010
A short text about teaching saxophone at the Fontys Conservatory
Saxophone teaching I have been teaching saxophone to young professionals for three years now. Next year my first end exam students -the ones I have I have taught from the beginning of their studies- will play their end recital. Very exciting, for them of course, but surely also for me. I have seen these students grow and develop as a musician and as a person. But they also have witnessed the birth of a teacher. I never taught before. So I am still learning, and I expect I always will.
My first three years
From the beginning I have been trying to find my own way of explaining music and the saxophone. The basis of my current teaching is to have to student find his own solution. In stead of always telling him how I myself do it. I am convinced this way he will find a more personal way of playing his instrument. Also it is a necessity because I am still adapting my playing and my way of thinking about music. There is no one way of doing things and I still try to find different entrances to making music and playing the saxophone. I will keep experimenting. I do notice this is sometimes very hard for the students. Every once in a while I see frustration in my class room when the student realizes things are still not working even after he put so much time and effort into it. I recognize this from my own studies. I spend hours and hours each day on fixing my sound and only being happy with it once every year or so. But in the end I did find my own embouchure, my own sound, my own way of practicing. Of course my own teacher Arno Bornkamp had a lot to do with this. He let me free to experiment, also sometimes to his frustration One week I could play much better than the period before and the next week I put myself months back. This made me a stronger musician. I know what I want, and I know how to reach it. These are some aspects of my teaching so far: The technical base is very important. It is the stuff the students build their 'house' on. I try to tell my students that there are different of ways of constructing a house but that the base should be able to support the house. The base is build in a quite 'objective' way. That is, I try to provide my students with a neutral base. I want them to be free to play however they want. Of course the base can be built in several ways, and this way comes from me, but in the end the base is not visible anymore when they have build their own house on it. *Breath support. Music consists of phrases and gestures that are connected, just like in speech. To connect those we need air support from the diaphragm. There is a lot to be said about this, which I will not to do now... I try to avoid imposing a certain 'interpretation' of a piece of music onto the student. My goal is to be a coach that helps the student to find his own way of playing the piece. But I do put great value on the written text and in principle I do not like to override it. I find that a lot of students ask me what I thought of their playing. I try to avoid answering this question in the way they want me to. I always bounce the question back whenever I can. I think it is very important that the students develops his own taste and discovers what he likes and how he wants to play and most importantly, that he learns to give this the greatest value of all. In the end, the student is the one who should believe in what he is doing.
*Mechanical technique, fingers, concentration. I start every student out with 5 Klosé books. I want them to study one from every book every week and one scale in different forms (seconds, thirds, triads, minor/major parallels, later on bigger intervals and other scales (chromatic, octotonic, etc.)). The student should be able to dream these exercises after maximum one and and a half year. Every exercise is in a certain key and at about half way it has one or more traps (funny modulations, strange intervals, etc.). The point is to recognize these traps and find the focus to keep going without mistakes.
*Embouchure. I do not emphasize a certain way of playing except in the lowest base: the corners of the mouth should be centered, the diaphragm should provide enough support, the back of the tongue focuses the air and the rest is relaxed. The rest is up to the student. This basic embouchure is a great base to experiment with different sounds. I find a relaxed embouchure to be very flexible in sound, register changes and other techniques (vibrato, multiphonics, flutter tongue, etc.).
*Although I do not specifically prefer one type of vibrato in teaching, there's one that I personally prefer: the jaw vibrato. I use only this one, which I sometimes combine with a little bit of throat. The basic vibrato I teach my students is the one that goes through the middle but more below the center than above, and does not touch the ceiling and bottom of the sound. But in practice it is more interesting to experiment with this and use different amplitudes and speeds throughout a piece of music.
maandag 8 maart 2010
This article was also published on http://muziek3daagse.nl/
zaterdag 6 maart 2010
donderdag 4 maart 2010
De toekomst van de klassieke muziek Ik speel op de Nederlandse en buit...
Ik speel op de Nederlandse en buitenlandse concertpodia sinds eind jaren '90.Sindsdien heb ik niet echt een trend in mijn reguliere concerten kunnen bespeuren. De concertvorm lijkt over het algemeen vrij statisch te zijn. Pas het laatste jaar gonst er iets. Mensen beginnen zich zorgen te maken over de klassieke muziek in het algemeen. Er worden verschillende oplossingen genoemd. Begin jaren 2000 lag één van de antwoorden in de cross-over. De combinatie van klassieke muziek en musici met andere disciplines, hip-hop, rock, pop, dans, etc., om zo een ander publiek de concertzaal in te krijgen. Zo hoopten ze dat als mensen eenmaal van klassieke muziek hadden geproefd, ze zouden terugkomen naar de reguliere programmering. Dat bleek niet te werken. Nu ligt de 'formele' concertvorm onder vuur. Het klassieke concert zou te stijf zijn, het publiek te oud. Jonge mensen voelen zich hierdoor niet op hun gemak, en hoe goed de muziek ook is en gespeeld wordt, hierdoor komen ze niet naar klassieke concerten. En ik geef ze vaak geen ongelijk. Als ik eerlijk ben voel ik me meer op mijn gemak in zalen als het BIMHuis. Waar de sfeer informeler maar toch ook zeer respectvol is. De directeur legde me ooit uit wat zijn visie was. Dat illustreerde hij aan de hand van zoektocht naar de goede deuren voor de zaal. Deze deuren moesten geruisloos open dicht kunnen tijdens het concert, als mensen uit het publiek een drankje wilden halen en ze moesten de zaal afschermen van het cafégedruis, maar tegelijkertijd moest je ook het gevoel hebben dat er nog wel iets was daarbuiten.
Als ik heel eerlijk ben tegen me zelf, wil ik gewoon spelen. 'Gewoon' concerten geven. Ik weet niet of er een wezenlijk verschil is met een regulier concert. Misschien wel. Ik vertel wat over de stukken die ik speel, waarom vind ik ze goed, wat voor muziek is het, etc. Ik vind het een leuk een wij-gevoel te creëren in de zaal. Maar dat is ook van het moment zelf afhankelijk en ik ben natuurlijk geen acteur of cabaretier. Soms gaat dat gewoon niet.
Ik trek ook wel eens wat anders aan. Meestal spelen musici in accountantspakken of rokkostuums. Zeker het maatpak is kleding die mensen zelf al dragen doordeweeks, op kantoor. Daarom vraag ik regelmatig AZIZ iets voor me te ontwerpen. Maar wederom, soms draag ik ook een pak...
Het hangt van het moment af, van mijn eigen stemming. Soms heb ik niet zo'n zin om te praten en dan wil ik de muziek meer laten spreken. De Tracks serie in het Concertgebouw is een erg mooie opzet (www.concertgebouwtracks.nl). Dat zijn eigenlijk heel 'normale' concerten waar de musicus veel vrijheid krijgt om zijn eigen ding te doen. Ik deed zo'n concert in december (zie bijlage, Uitkrant, maart 2010). (op de site staat ook een interviewtje met ondergetekende waarin ik wat meer uitleg over mijn visie destijds).
Trouwens, wat is een 'gewoon' concert? Een concert moet toch altijd zo bijzonder mogelijk zijn, of je nu een accountantspak of een spijkerbroek aan hebt?
Misschien is voor mij persoonlijk een persoonlijk en integer concert erg belangrijk. Ik ben erg enthousiast over bepaalde muziek en ik wil die graag delen met zo veel mogelijk mensen. Misshcien is het wel zo dat musici meer de kans zouden moeten krijgen om zichzelf te zijn op het podium. Om de verscheidenheid aan persoonlijkheden te laten zien tijdens een concertserie. Daar ligt dan ook een taak voor programmeurs. Iemand die hier net mee begonnen is, is Christiaan Kuyvenhoven met zijn serie P!tch in het Betty Asfalt Complex in Amsterdam. Alhoewel de serie op veel vlakken nog in de kinderschoenen staat, is er na een paar edities al een vast en jong publiek. Christiaan combineert zijn losse en ietwat SBS6-erige presentatie met een ijzersterke inhoud. En dat maakt deze serie erg bijzonder. Ik speelde een paar dagen geleden Bach, Berio en Gubaidulina in deze serie, voor jonge mensen die er van smulden. Christiaan interviewde me tussen de stukken door, en we hadden allemaal een leuke avond. En het leuke is, dat ik persoonlijk nog eens beter ga spelen van zo'n losse sfeer. Voor aanvang van het concert haalden we als een soort rattenvangers van Hamelen het publiek op uit de foyer met een moderne improvisatie en leidden ze zo de zaal in.
Dit hoeft allemaal niet tot in de puntjes gepland te worden. De echte planning zit hem in hoe ik de noten wil spelen, dat is al genoeg werk! Als ik de kans krijg om mezelf te zijn op het podium is het halve werk misschien al wel gedaan....