zaterdag 10 november 2018

Visie op lesgeven (Nederlandse tekst)

For English here

VISIE OP LESGEVEN - ALGEMEEN

De basis van mijn manier van lesgeven aan AMPA is gericht op het zoeken naar de eigenheid van iedere individuele student. Elke musicus heeft zijn persoonlijke manier om zich in muziek uit te drukken. Het is mijn taak als docent om de omstandigheden zo te maken dat dit zo vrij mogelijk kan gebeuren. Ik zal je helpen om de muziekkunstenaar in jezelf te ontwikkelen!

LESGEVEN AAN AMPA
Ik geef les aan de Academy of Music and Performing Arts Tilburg. AMPA onderscheidt zich van de andere conservatoria in Nederland door zich, naast een hoogstaande artistieke kwaliteit, te richten op de volgende zes key-skills:

Ensemble
Zelfmanagement
Interdisciplinariteit
Praktijkgericht onderzoek
Collectief ondernemerschap
Internationale verbondenheid

Deze key-skills vind je terug in de manier waarop ik lesgeef.

A. Ambacht – hoogstaande artistieke kwaliteit

1. TechniekEen goede techniek is essentieel om als musicus te kunnen functioneren. Musiceren is een ambacht, net als meubelmaken. En dat ambacht moet je leren. Techniek moet je namelijk niet in de weg zitten als je alleen of met anderen muziek maakt.
Daarom krijg je in het eerste jaar veel études en toonladders te studeren. Deze toonladders behandelen in de basis al het materiaal voor je toekomstige repertoire. Ik gebruik in het eerste jaar de étudeboeken van Klosé. De toonladders beginnen bij Bes en zijn parallel, g mineur. De toonladders worden in secundes en tertsen gestudeerd, de drieklanken worden kort en lang gebroken.
In het tweede jaar ga je verder met Études d’après Terschack & Berbiguier. Je herhaalt indien nodig de toonladders en gaat verder met de chromatische toonladder. Die studeer je in kleine secundes, grote secundes (moelijk!), kleine tertsen, etc., tot en met het octaaf.
In het derde en vierde jaar ga je verder met de Ferling études & 'Messiaen' études van Guy Lacour. Dit zijn études waarbij de speler geen houvast meer heeft aan een tooncentrum zodat je je alleen nog maar kan vasthouden aan de lijn. Ook rond deze periode gaan we de prachtige concertante études van Karg-Elert studeren en gaan we op zoek naar études die jij op dat moment nodig hebt. Zo heeft Christian Lauba een aantal avant-gardistische études waarbij je circular breathing, multiphonics, slap tongue, en zo verder kan studeren.

2. Embouchure
Mijn visie op embouchure is erg eenvoudig: ontspanning, waarbij slechts enkele spieren gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de lucht het mondstuk in gaat. De meeste studenten doen namelijk teveel!
page1image5771328page1image5773616page1image5774032
page1image2996592
Met de Ferling études wordt in de praktijk meestal te vroeg begonnen. Deze études komen bovendien altijd in paren: een langzame en een snelle. De snelle worden vaak overgeslagen. Maar juist de combinatie van de twee maakt dit étudeboek zo goed. De langzame études trainen onder meer het spelen van lange lijnen op een vrije manier, naast natuurlijk het spelen van sostenuto en egaliteit; de snelle zijn bijzonder virtuoos en hebben elk hun eigen specifieke moeilijkheid.
De mondhoeken gaan naar voren, de onderkaak naar onderen en de onderlip vult de ruimte tussen het riet en de tanden. De achterkant van de tong is hoog en bevindt zich tussen de kiezen. Het is net als met fluiten, daarbij gebruik je de tong om te intoneren. Zo werkt het ook op saxofoon.

page1image2995808
3. Repertoire – techniek & voordracht / solo & ensemble
Naast techniekstukken zullen we ook voordrachtstukken spelen die afgestemd zijn op waar jij op dat moment het meeste aan hebt. Voorbeelden zijn: Aria van Bozza, Fantasie-Impromptu van Jolivet, Historiesvan Ibert en La Malinconia van Badings.
Ik ben van mening dat je op zijn minst alle ‘reguliere’ stijlen binnen de saxofoonwereld geprobeerd moet hebben. Op deze manier word je qua techniek, smaak en mogelijkheden breed opgeleid. Hoe verder je komt in je studie, hoe meer je je eigen smaak en artistieke voorkeur zal ontwikkelen. We gaan dezepraktijkgerichte zoektocht samen aan. En natuurlijk gaan we veel nadenken over hoe je je artistieke voorkeuren op (inter-)nationale podia kwijt kan.
We gaan ook het ensemblerepertoire verkennen. Er is veel repertoire voor saxofoonkwartet, maar ook voor diverse andere combinaties met strijkers, andere blazers, piano en slagwerk. AMPA biedt uitgebreide mogelijkheden voor ensemble aan.

B. Masterclasses & Projecten

1. MasterclassesMijn collega, Andreas van Zoelen en ik proberen de masterclasses zo breed mogelijk aan te bieden. We sluiten geen stijlen uit, maar naast saxofonisten worden ook experts op andere instrumenten uitgenodigd. Er is overal wat te halen!

2. Projecten
Ook in projecten werken we zo veel mogelijk samen met andere instrumenten, maar er wordt vanuit AMPA ook gestimuleerd om met andere kunstdisciplines samen te werken. We kunnen enorm veel van elkaar leren, bijvoorbeeld van de manier waarop dansers bewegen, of blazers ademhalen. Zo leer je op een heel veelzijdige manier muziek te maken kan jouw muzikaliteit op allerlei manieren worden ingezet in een breed interdisciplinair werkveld.

C. Zelfstandigheid - zelfmanagementEen van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid. Ik wil namelijk dat je na je studie op eigen benen kunt staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Die lijn begint al tijdens je studietijd.
Mijn stijl van lesgeven kan soms lastig zijn omdat ik een grote zelfstandigheid van je eis. Ik wil al snel dat je zelf beslissingen gaat nemen. We werken onder meer aan het maken van repetitie- en studeerschema’s, en kijken na elke week hoe het studeren en repeteren is gegaan en hoe het (nóg) beter kan. De motivatie hiervoor moet vanuit jezelf komen. Ik ben je coach die probeert het maximale uit jezelf te halen.
Zo kun je bijvoorbeeld een periode naar het buitenland in het kader van Eramus-uitwisseling.

D. Eindexamen
Het eindexamen bestaat uit twee delen: je speelt halverwege je laatste studiejaar een recital waarin je laat horen hoe je je de afgelopen jaren op je instrument technisch en muzikaal hebt ontwikkeld. Je geeft een visitekaartje af van jouw technische en muzikale mogelijkheden en voorkeuren. Daarnaast werk je in de tweede helft van het vierde studiejaar aan een geheel eigen interdisciplinaire productie. Gedurende je studie ben je namelijk intensief geconfronteerd met andere muzikale genres en kunstdisciplines. In de productie staat ‘samenspel’ dus centraal; samenspel met andere musici, maar vooral ook met andere kunstenaars.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten