Posts tonen met het label fontys. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fontys. Alle posts tonen
zondag 27 oktober 2019
I will receive an Amsterdam Fund For the Arts subsidy!
Today I heard that that the Amsterdam Fund for the Arts will grant me a subsidy to help me develop into a creating musician with the saxophone, improvisation and electronics. I put a lot of effort in the application. It means that the restart of my career is going to take more concrete forms. I want to start creating my own music, somehow. I set up to trajectory in three phases of which I will present the the first phase in Paradox Tilburg. On the evening I will present my new collective: 'RIOT' with Maarten Ornstein and Bart de Vrees. My students of the Fontys AMPA Conservatory will also participate. This concert is part of the 'Nederlands Saxofoonfestival'. I will post updates about what I am doing on this blog.
zaterdag 10 november 2018
Visie op lesgeven (Nederlandse tekst)
For English here
VISIE OP LESGEVEN - ALGEMEEN
De basis van mijn manier van lesgeven aan AMPA is gericht op het zoeken naar de eigenheid van iedere individuele student. Elke musicus heeft zijn persoonlijke manier om zich in muziek uit te drukken. Het is mijn taak als docent om de omstandigheden zo te maken dat dit zo vrij mogelijk kan gebeuren. Ik zal je helpen om de muziekkunstenaar in jezelf te ontwikkelen!
LESGEVEN AAN AMPA
Ik geef les aan de Academy of Music and Performing Arts Tilburg. AMPA onderscheidt zich van de andere conservatoria in Nederland door zich, naast een hoogstaande artistieke kwaliteit, te richten op de volgende zes key-skills:
Ensemble
Zelfmanagement
Interdisciplinariteit
Praktijkgericht onderzoek
Collectief ondernemerschap
Internationale verbondenheid
Deze key-skills vind je terug in de manier waarop ik lesgeef.
A. Ambacht – hoogstaande artistieke kwaliteit
1. TechniekEen goede techniek is essentieel om als musicus te kunnen functioneren. Musiceren is een ambacht, net als meubelmaken. En dat ambacht moet je leren. Techniek moet je namelijk niet in de weg zitten als je alleen of met anderen muziek maakt.
Daarom krijg je in het eerste jaar veel études en toonladders te studeren. Deze toonladders behandelen in de basis al het materiaal voor je toekomstige repertoire. Ik gebruik in het eerste jaar de étudeboeken van Klosé. De toonladders beginnen bij Bes en zijn parallel, g mineur. De toonladders worden in secundes en tertsen gestudeerd, de drieklanken worden kort en lang gebroken.
In het tweede jaar ga je verder met Études d’après Terschack & Berbiguier. Je herhaalt indien nodig de toonladders en gaat verder met de chromatische toonladder. Die studeer je in kleine secundes, grote secundes (moelijk!), kleine tertsen, etc., tot en met het octaaf.
In het derde en vierde jaar ga je verder met de Ferling études & 'Messiaen' études van Guy Lacour. Dit zijn études waarbij de speler geen houvast meer heeft aan een tooncentrum zodat je je alleen nog maar kan vasthouden aan de lijn. Ook rond deze periode gaan we de prachtige concertante études van Karg-Elert studeren en gaan we op zoek naar études die jij op dat moment nodig hebt. Zo heeft Christian Lauba een aantal avant-gardistische études waarbij je circular breathing, multiphonics, slap tongue, en zo verder kan studeren.
2. Embouchure
Mijn visie op embouchure is erg eenvoudig: ontspanning, waarbij slechts enkele spieren gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de lucht het mondstuk in gaat. De meeste studenten doen namelijk teveel!
page1image5771328page1image5773616page1image5774032
page1image2996592
Met de Ferling études wordt in de praktijk meestal te vroeg begonnen. Deze études komen bovendien altijd in paren: een langzame en een snelle. De snelle worden vaak overgeslagen. Maar juist de combinatie van de twee maakt dit étudeboek zo goed. De langzame études trainen onder meer het spelen van lange lijnen op een vrije manier, naast natuurlijk het spelen van sostenuto en egaliteit; de snelle zijn bijzonder virtuoos en hebben elk hun eigen specifieke moeilijkheid.
De mondhoeken gaan naar voren, de onderkaak naar onderen en de onderlip vult de ruimte tussen het riet en de tanden. De achterkant van de tong is hoog en bevindt zich tussen de kiezen. Het is net als met fluiten, daarbij gebruik je de tong om te intoneren. Zo werkt het ook op saxofoon.
page1image2995808
3. Repertoire – techniek & voordracht / solo & ensemble
Naast techniekstukken zullen we ook voordrachtstukken spelen die afgestemd zijn op waar jij op dat moment het meeste aan hebt. Voorbeelden zijn: Aria van Bozza, Fantasie-Impromptu van Jolivet, Historiesvan Ibert en La Malinconia van Badings.
Ik ben van mening dat je op zijn minst alle ‘reguliere’ stijlen binnen de saxofoonwereld geprobeerd moet hebben. Op deze manier word je qua techniek, smaak en mogelijkheden breed opgeleid. Hoe verder je komt in je studie, hoe meer je je eigen smaak en artistieke voorkeur zal ontwikkelen. We gaan dezepraktijkgerichte zoektocht samen aan. En natuurlijk gaan we veel nadenken over hoe je je artistieke voorkeuren op (inter-)nationale podia kwijt kan.
We gaan ook het ensemblerepertoire verkennen. Er is veel repertoire voor saxofoonkwartet, maar ook voor diverse andere combinaties met strijkers, andere blazers, piano en slagwerk. AMPA biedt uitgebreide mogelijkheden voor ensemble aan.
B. Masterclasses & Projecten
1. MasterclassesMijn collega, Andreas van Zoelen en ik proberen de masterclasses zo breed mogelijk aan te bieden. We sluiten geen stijlen uit, maar naast saxofonisten worden ook experts op andere instrumenten uitgenodigd. Er is overal wat te halen!
2. Projecten
Ook in projecten werken we zo veel mogelijk samen met andere instrumenten, maar er wordt vanuit AMPA ook gestimuleerd om met andere kunstdisciplines samen te werken. We kunnen enorm veel van elkaar leren, bijvoorbeeld van de manier waarop dansers bewegen, of blazers ademhalen. Zo leer je op een heel veelzijdige manier muziek te maken kan jouw muzikaliteit op allerlei manieren worden ingezet in een breed interdisciplinair werkveld.
C. Zelfstandigheid - zelfmanagementEen van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid. Ik wil namelijk dat je na je studie op eigen benen kunt staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Die lijn begint al tijdens je studietijd.
Mijn stijl van lesgeven kan soms lastig zijn omdat ik een grote zelfstandigheid van je eis. Ik wil al snel dat je zelf beslissingen gaat nemen. We werken onder meer aan het maken van repetitie- en studeerschema’s, en kijken na elke week hoe het studeren en repeteren is gegaan en hoe het (nóg) beter kan. De motivatie hiervoor moet vanuit jezelf komen. Ik ben je coach die probeert het maximale uit jezelf te halen.
Zo kun je bijvoorbeeld een periode naar het buitenland in het kader van Eramus-uitwisseling.
D. Eindexamen
Het eindexamen bestaat uit twee delen: je speelt halverwege je laatste studiejaar een recital waarin je laat horen hoe je je de afgelopen jaren op je instrument technisch en muzikaal hebt ontwikkeld. Je geeft een visitekaartje af van jouw technische en muzikale mogelijkheden en voorkeuren. Daarnaast werk je in de tweede helft van het vierde studiejaar aan een geheel eigen interdisciplinaire productie. Gedurende je studie ben je namelijk intensief geconfronteerd met andere muzikale genres en kunstdisciplines. In de productie staat ‘samenspel’ dus centraal; samenspel met andere musici, maar vooral ook met andere kunstenaars.
De basis van mijn manier van lesgeven aan AMPA is gericht op het zoeken naar de eigenheid van iedere individuele student. Elke musicus heeft zijn persoonlijke manier om zich in muziek uit te drukken. Het is mijn taak als docent om de omstandigheden zo te maken dat dit zo vrij mogelijk kan gebeuren. Ik zal je helpen om de muziekkunstenaar in jezelf te ontwikkelen!
LESGEVEN AAN AMPA
Ik geef les aan de Academy of Music and Performing Arts Tilburg. AMPA onderscheidt zich van de andere conservatoria in Nederland door zich, naast een hoogstaande artistieke kwaliteit, te richten op de volgende zes key-skills:
Ensemble
Zelfmanagement
Interdisciplinariteit
Praktijkgericht onderzoek
Collectief ondernemerschap
Internationale verbondenheid
Deze key-skills vind je terug in de manier waarop ik lesgeef.
A. Ambacht – hoogstaande artistieke kwaliteit
1. TechniekEen goede techniek is essentieel om als musicus te kunnen functioneren. Musiceren is een ambacht, net als meubelmaken. En dat ambacht moet je leren. Techniek moet je namelijk niet in de weg zitten als je alleen of met anderen muziek maakt.
Daarom krijg je in het eerste jaar veel études en toonladders te studeren. Deze toonladders behandelen in de basis al het materiaal voor je toekomstige repertoire. Ik gebruik in het eerste jaar de étudeboeken van Klosé. De toonladders beginnen bij Bes en zijn parallel, g mineur. De toonladders worden in secundes en tertsen gestudeerd, de drieklanken worden kort en lang gebroken.
In het tweede jaar ga je verder met Études d’après Terschack & Berbiguier. Je herhaalt indien nodig de toonladders en gaat verder met de chromatische toonladder. Die studeer je in kleine secundes, grote secundes (moelijk!), kleine tertsen, etc., tot en met het octaaf.
In het derde en vierde jaar ga je verder met de Ferling études & 'Messiaen' études van Guy Lacour. Dit zijn études waarbij de speler geen houvast meer heeft aan een tooncentrum zodat je je alleen nog maar kan vasthouden aan de lijn. Ook rond deze periode gaan we de prachtige concertante études van Karg-Elert studeren en gaan we op zoek naar études die jij op dat moment nodig hebt. Zo heeft Christian Lauba een aantal avant-gardistische études waarbij je circular breathing, multiphonics, slap tongue, en zo verder kan studeren.
2. Embouchure
Mijn visie op embouchure is erg eenvoudig: ontspanning, waarbij slechts enkele spieren gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de lucht het mondstuk in gaat. De meeste studenten doen namelijk teveel!
page1image5771328page1image5773616page1image5774032
page1image2996592
Met de Ferling études wordt in de praktijk meestal te vroeg begonnen. Deze études komen bovendien altijd in paren: een langzame en een snelle. De snelle worden vaak overgeslagen. Maar juist de combinatie van de twee maakt dit étudeboek zo goed. De langzame études trainen onder meer het spelen van lange lijnen op een vrije manier, naast natuurlijk het spelen van sostenuto en egaliteit; de snelle zijn bijzonder virtuoos en hebben elk hun eigen specifieke moeilijkheid.
De mondhoeken gaan naar voren, de onderkaak naar onderen en de onderlip vult de ruimte tussen het riet en de tanden. De achterkant van de tong is hoog en bevindt zich tussen de kiezen. Het is net als met fluiten, daarbij gebruik je de tong om te intoneren. Zo werkt het ook op saxofoon.
page1image2995808
3. Repertoire – techniek & voordracht / solo & ensemble
Naast techniekstukken zullen we ook voordrachtstukken spelen die afgestemd zijn op waar jij op dat moment het meeste aan hebt. Voorbeelden zijn: Aria van Bozza, Fantasie-Impromptu van Jolivet, Historiesvan Ibert en La Malinconia van Badings.
Ik ben van mening dat je op zijn minst alle ‘reguliere’ stijlen binnen de saxofoonwereld geprobeerd moet hebben. Op deze manier word je qua techniek, smaak en mogelijkheden breed opgeleid. Hoe verder je komt in je studie, hoe meer je je eigen smaak en artistieke voorkeur zal ontwikkelen. We gaan dezepraktijkgerichte zoektocht samen aan. En natuurlijk gaan we veel nadenken over hoe je je artistieke voorkeuren op (inter-)nationale podia kwijt kan.
We gaan ook het ensemblerepertoire verkennen. Er is veel repertoire voor saxofoonkwartet, maar ook voor diverse andere combinaties met strijkers, andere blazers, piano en slagwerk. AMPA biedt uitgebreide mogelijkheden voor ensemble aan.
B. Masterclasses & Projecten
1. MasterclassesMijn collega, Andreas van Zoelen en ik proberen de masterclasses zo breed mogelijk aan te bieden. We sluiten geen stijlen uit, maar naast saxofonisten worden ook experts op andere instrumenten uitgenodigd. Er is overal wat te halen!
2. Projecten
Ook in projecten werken we zo veel mogelijk samen met andere instrumenten, maar er wordt vanuit AMPA ook gestimuleerd om met andere kunstdisciplines samen te werken. We kunnen enorm veel van elkaar leren, bijvoorbeeld van de manier waarop dansers bewegen, of blazers ademhalen. Zo leer je op een heel veelzijdige manier muziek te maken kan jouw muzikaliteit op allerlei manieren worden ingezet in een breed interdisciplinair werkveld.
C. Zelfstandigheid - zelfmanagementEen van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid. Ik wil namelijk dat je na je studie op eigen benen kunt staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Die lijn begint al tijdens je studietijd.
Mijn stijl van lesgeven kan soms lastig zijn omdat ik een grote zelfstandigheid van je eis. Ik wil al snel dat je zelf beslissingen gaat nemen. We werken onder meer aan het maken van repetitie- en studeerschema’s, en kijken na elke week hoe het studeren en repeteren is gegaan en hoe het (nóg) beter kan. De motivatie hiervoor moet vanuit jezelf komen. Ik ben je coach die probeert het maximale uit jezelf te halen.
Zo kun je bijvoorbeeld een periode naar het buitenland in het kader van Eramus-uitwisseling.
D. Eindexamen
Het eindexamen bestaat uit twee delen: je speelt halverwege je laatste studiejaar een recital waarin je laat horen hoe je je de afgelopen jaren op je instrument technisch en muzikaal hebt ontwikkeld. Je geeft een visitekaartje af van jouw technische en muzikale mogelijkheden en voorkeuren. Daarnaast werk je in de tweede helft van het vierde studiejaar aan een geheel eigen interdisciplinaire productie. Gedurende je studie ben je namelijk intensief geconfronteerd met andere muzikale genres en kunstdisciplines. In de productie staat ‘samenspel’ dus centraal; samenspel met andere musici, maar vooral ook met andere kunstenaars.
maandag 13 juni 2016
Studeren aan het Fontys Conservatorium bij Ties Mellema
De basis van mijn manier van lesgeven aan het conservatorium is dat ik er achter probeer te komen wat de eigenheid van elke leerling is. Elke muzikant heeft zijn persoonlijke manier om dingen te uit te drukken. Het is mijn taak om de omstandigheden zo te maken dat dit zo vrij mogelijk kan.
Je hebt ervoor gekozen een artiest, een muzikant te worden. Een moedige keuze. Ik zal je helpen die artiest in jou te ontwikkelen.
Daar zijn een paar dingen voor nodig:
-Een goede techniek:
Muziekmaken is een ambacht, net als meubelmaken. En dat ambacht moet je leren. Techniek moet je niet in de weg zitten. Alle kanalen moeten open staan om de muziek er uit te laten komen.
In het eerste jaar krijg je veel études en toonladders te studeren. Deze toonladders behandelen in de basis al het materiaal voor je toekomstige repertoire, zoals Ibert, Denison, Creston, Lauba, etcetera.
De étude boeken in het eerste jaar zijn van Henri Klosé: Études Chantants, Études Journaliers, Études Journaliers, Études de Mécanisme, Études de Genre et de Mécanisme en Methode Complète. De toonladders beginnen bij Bes en zijn parallel, g mineur. De toonladders worden in secundes en tertsen gestudeerd, de drieklanken worden kort en lang gebroken.
In het tweede jaar maakt je de études en toonladders die zijn blijven liggen in het eerste jaar af. Daarna ga je verder met Études d’après Terschack en Berbiguier. Je herhaalt indien nodig de toonladders en gaat verder met de chromatische toonladder. Die studeer je in kleine sekundes, grote sekundes (moelijk!), kleine tertsen, etcetera, tot en met het octaaf.
In het derde en vierde jaar ga je verder met de Ferling études en de 'Messiaen' études van Guy Lacour. Dit zijn études waarbij de speler geen houvast meer heeft aan een toonscentrum zodat je je alleen nog maar kan vasthouden aan de lijn.
Met de Ferling études wordt in de praktijk meestal te vroeg begonnen. Deze études komen altijd in paren: een langzame en een snelle. De snelle worden ook vaak overgeslagen. Maar juist de combinatie van de twee maakt dit étudeboek zo goed. De langzame trainen o.a. het spelen van lange lijnen op een vrije manier, naast natuurlijk het spelen van sostenuto en egaliteit; de snelle zijn bijzonder virtuoos en hebben elk hun eigen specifieke moeilijkheid. Ook in deze tijd gaan we de prachtige concertante études van Karg-Elert studeren.
Na de reguliere toonladders ga je verder met de chromatische toonladder, in kleine sekundes, sekundes, kleine tertsen, tertsen, kwarten, etcetera. Hier ben je meestal wel even mee bezig.
Als je hierna nog meer wilt doen gaan we op zoek naar de études die jij op dat moment nodig hebt. Zo heeft Christian Lauba een aantal avant-gardistische études waarbij je circular breathing, multiphonics, slap tongue, en zo verder kan studeren.
-Een ontspannen embouchure:
Er is veel informatie te vinden op het internet over embouchure. Mijn visie op embouchure is erg eenvoudig: ontspanning, waarbij slechts enkele spieren gebruikt worden om ervoor te zorgen dat de lucht het mondstuk in gaat. De mondhoeken gaan naar voren, de onderkaak naar onderen en de onderlip vult de ruimte tussen het riet en de tanden. De achterkant van de tong is hoog en bevindt zich tussen de kiezen. Het is net als met fluiten, daarbij gebruik je de tong om te intoneren. Zo werkt het ook op saxofoon.
Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De meeste studenten die beginnen op het conservatorium doen veel te veel. Ze knijpen meestal tegen het riet aan, terwijl het riet vrij moet zijn om te trillen. Op die manier is het het makkelijkst om het geluid te krijgen wat tussen je oren zit.
Ook de keuze van het materiaal doet ter zake. Er zijn mondstukken die een mooi geluid produceren maar die erg moeilijk te bespelen zijn. Ik ben er persoonlijk achter gekomen dat de combi van een makkelijke set-up (de keuze van saxofoon, nek, mondstuk en riet) die goed klinkt het beste is. Maar dat kan voor iedereen verschillen. Daar gaan we tijdens je studie achter komen.
-Het vinden van geschikt repertoire:
In het eerste jaar is het meeste repertoire techniek, études en toonladders. In dit jaar wordt de basis gelegd voor de verdere studie. In veel opzichten is dit het belangrijkste jaar. Hier worden alle obstakels weggewerkt en alles aangeleerd wat er nodig is om het moeilijkste repertoire te spelen, in de basis! In het eerste jaar wordt er ook concertant repertoire gespeeld. We zullen dan de stukken kiezen waar je het meest aan hebt op dat moment. In de praktijk komt dat vaak neer op stukken als de Aria van Bozza, Fantasie-Impromptu van Jolivet, Histories van Ibert en La Malinconia van Badings.
Mijn filosofie is dat iedereen op zijn minst de ‘reguliere’ stijlen binnen de saxofoonwereld geprobeerd moet hebben. Alleen omdat het repertoire van de saxofoon relatief beperkt is en een student zoveel mogelijk stijlen moet kennen, zodat hij later geen werk hoeft af te wijzen.
Hoe verder je komt in je studie, hoe meer je je eigen smaak zal ontwikkelen. Aan het eind van het traject zullen we niet alleen een technische basis hebben voor de rest van je carrière, maar ook een artistieke.
-Kennis van het repertoire:
Een gedegen kennis van al het repertoire dat er bestaat voor saxofoon is absoluut nodig om je te ontwikkelen tot een eigen musicus. Ondanks het feit dat het repertoire voor de saxofoon relatief minder groot is dan voor bijvoorbeeld voor viool (al was het alleen maar omdat de saxofoon pas bestaat sinds het midden van de 19e eeuw), is er heel veel repertoire voor de saxofoon geschreven, en liggen er nog steeds ontelbare kansen voor bewerkingen. De saxofoon biedt bij uitstek de kans voor musici om buiten de gebaande paden van de klassieke muziek te gaan kijken.
-Eindexamen:
Aan het einde van de studie zal je een eindconcert geven. Dit is altijd een groot feest. Je presenteert hier wat je hebt geleerd de afgelopen jaren. Het presenteren van een goede en zo probleemloos mogelijke techniek is belangrijk, maar je moet ook laten zien waar je je de komende jaren mee gaat bezig houden in artistiek opzicht, welk repertoire je de moeite waard vindt en welke kant je op gaat in het algemeen. En als het heel goed gaat kan je misschien wel een masters opleiding gaan studeren.
-Zelfwerkzaamheid:
Een van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid in het algemeen. Ik wil dat je na je studie op eigen voeten kan staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Het liefst begint die lijn al tijdens je conservatoriumtijd. Mijn stijl van lesgeven kan soms lastig zijn omdat ik veel dingen van je vraag zelf te bedenken en ze je niet voorkauw. Ik wil al snel dat je zelf beslissingen gaat nemen.
-De stimulans komt nu uit je zelf:
Het verschil met de muziekschool is dat de motivatie nu vooral vanuit jezelf moet komen. Ik ben je coach. Ik vertel wat er beter kan en wat er goed gaat. Muziek kan altijd beter, en we zullen ons uiterste best gaan doen om er het maximale uit te krijgen.
-Masterclasses en speciale projecten:
Op het Fontys Conservatorium streven mijn collega en ik er naar twee masterclasses te organiseren: Eentje van een saxofonist, en de andere door een muzikant die geen saxofonist is, zoals een traverso-speler, pianist, zanger, jazz-bassist, noem maar op. Dit is één van de dingen die de saxofoonklas van Fontys onderscheidt van andere conservatoria. Het vizier op het Fontys Conservatorium staat wagenwijd open voor vele invloeden van buiten de saxofoon. Ook wordt er bijvoorbeeld steunvak lichte muziek saxofoon aangeboden. Dit kan goed zijn voor de flexibiliteit, maar ook omdat er vaak in de praktijk wordt gevraagd naar saxofonisten die klassiek én lichte muziek kunnen spelen.
De masterclasses door saxofonisten op het conservatorium zijn zo breed als maar kan zijn en sluit geen enkele stijl van spelen uit. De filosofie van de saxofoonklas van het Fontys Conservatorium is dat er overal wat te halen is.
Voorspeelmiddagen en groepslessen:
Elk jaar streven we naar vier voorspeelmiddagen en vier groepslessen. Tijdens deze lessen speelt iedereen solostukken, kamermuziek en stukken met pianobegeleiding van Martien Maas, de co-repetitor van de saxofoonklas. Iedereen in de bachelor-opleiding heeft ook les van Martien Maas. Deze lessen vinden plaats op afspraak. De lessen met de co-repetitor zijn van essentieel belang voor de opleiding. Hier maak je kennis met het repertoire, de pianopartijen, en leer je samenspelen en stemmen met een piano. De groepslessen en studentenconcerten worden over het algemeen gezien als behoorlijk spannende lessen, omdat de studenten voor elkaar voorspelen.
-Elk half jaar herbezinning:
Bij elk tentamen in de bachelor moet de student aan de hand van een eenvoudig vragenformulier, opschrijven wat zijn korte en lange termijn plannen zijn in artistiek, technisch en productioneel opzicht. Deze plannen zullen worden besproken tijdens de les.
Je bent een artiest, niets is veranderlijker als een kunstenaar. We gaan kijken hoe je verandert en waar je interesses en talenten liggen.
zaterdag 19 maart 2016
Embouchure
I change my embouchure about every year to two years. I am not sure why. I am always looking for something better and more flexible. After my chemotherapy I play with more under lip out. This was inspired by playing jazz on tenor during the chemo. I noticed when playing jazz I did this and decided to try it when playing classical. And it worked very well. I have more good reeds and the quality of sound and flexibility is more constant. It seems to work on every horn.
The biggest change I underwent so far was when I started playing my Selmer Series III and a c* mouthpiece. At that time my embouchure was pretty tight. I imagined a slender sound with a lot of projection. My phrases were also very sustained with a lot of compressed air. Then I changed. I wanted to be more flexible. Ease of playing became more important than sound. I got an AL3 mouthpiece by Vandoren. But it didn't work on my Series III. The tuning was terribly off. So I looked for a horn that was compatible with the AL3. It was a Reference by Selmer. For years this was already a very popular set-up in Holland with conservatory students. And I understand why. It's easy to play. The AL3 seems to be a sort of almost Buescher like mouthpiece with a small tip and short facing. The legato is very easy and sound production hardly requires air. It's a dream. But of course, every mouthpiece and set-up has its disadvantages. This one as well. It needs more input, more personality from the player. It's very easy to produce a sound that is average and to play with a little air support. It needs more conscious artistic investment. Yes, apparently a mouthpiece can play too easy!
So I had to change embouchure with this set-up. More relaxed. Less compressed air. Supported, but with less effort. I had more energy left to focuss on the music.
The last step (for now) in this personal development was to have the under lip more outward. Somehow it changes the relation I have with the reed. It becomes less important. Still essential, of course! But I can still have an ok sound on reeds that are less good. I am not sure what happens with more under-lip outward. But it seems to give more control. And the reed needs less air to vibrate.
My view of embouchure as I explain it my students at the Fontys conservatory:
The upper teeth go on the mouthpiece. The under-lip goes over the teeth and the lip goes on the reed. Then you push the muscles around the mouth forward, like saying 'ooh'. That's it. Everything else you do is too much. The rest is relaxing. Well, more or less.
Also the position of the tongue is very important. It should not be flat in the mouth but the back should go up almost in between the molars. The tip of the tongue stays as close to the reed as possible. This is the basic position of the tongue.
The intonation is done with the tongue, not the lips. This is a much heard misunderstanding. The lips hardly have influence on the intonation.
And as I have found out, the amount of under lip that is out or in is of great importance.
For classical saxophone, many sax teachers will tell you that your chin needs to be flat. Although I agree, I don't think it's good have this as a basis for practicing. Firs of all, it is non musical. The basis of practicing needs to be sound conception. Not mechanics. In the end I find that most students (if not all) play with a flat chin.
vrijdag 8 januari 2016
Open dag Fontys Conservatorium, kom langs voor een gratis les!
Kom voor een gratis les van mij en Andreas van Zoelen naar het conservatorium van Tilburg tussen 12:30-14:30! Voor meer info, locatie, en dergelijke: https://www.facebook.com/events/172297163129148/
Ik en mijn collega Andreas van Zoelen zullen op 24 januari open lessen geven. Ikzelf ben er van 12:30-14:30. Zorg dat je je instrument meeneemt en een stuk of étude die je goed kent. Dan gaan we samen eens kijken hoe de zaken er voor staan.
En natuurlijk geef ik ook advies over de studie zelf, en over de studiekeuze. Ikzelf heb veel moeite gehad met alle keuzes die op me af kwamen toen ik voor mijn studiekeuze stond. Uiteindelijk heb ik de juiste keuze gemaakt en heb voor het conservatorium, klassiek saxofoon, gekozen.
Ik heb de hele wereld gezien, van het Concertgebouw tot Carnegie Hall. Ik speel met het Amstel Quartet (www.amstelquartet.nl), als solist, met Remy van Kesteren en Rembrandt Frerichs, om maar wat te noemen.
Dagblad Trouw noemde me een paar dagen geleden in deze context:
"We noemen Bram van Sambeek, Ties Mellema, Erik Bosgraaf, Izhar Elias, Lavinia Meijer, Klaartje van Veldhoven, Ralph van Raat, Rembrandt Frerichs, om in Nederland te blijven.Allemaal op zoek naar klassiek met een twist, naar een formule om jongeren naar die zogenaamd hermetische wereld van de klassieke muziek te lokken. "
Hier vind je wat video's van me:Als solist: https://www.youtube.com/ watch?v=aNXBhmbGymYhttps://www.youtube.com/ watch?v=2R1Ei8ozSyQMet Gustavo Dudamel: https://www.youtube.com/ watch?v=On0zKhlyohYMet het Amstel Quartet: https://www.youtube.com/ watch?v=BIHuhIB_Whwhttps://www.youtube.com/ watch?v=LCI4ebJRyacMet The Four Baritones (4 baritonsaxofoons!): https://www.youtube.com/ watch?v=rmGN7KnAvho
Als jij nog niet weet wat je wilt, kom eens langs om met me te praten.
Over mijn manier van lesgeven:
-Een van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid in het algemeen. Ik wil datje na je studie op eigen voeten kan staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Het liefst begint die lijn al tijdens je conservatoriumtijd.
-In de meeste gevallen is het verstandig ervoor te kiezen de vooropleiding in te gaan. Dan heb je een jaar extra. Zelfs al zou je klaar zijn voor het eerste jaar. Mocht dit om bijvoorbeeld financiële redenen moeilijk mogelijk zijn, dan zouden we het kunnen hebben over een eventueel extra jaar aan het einde van je studie.
-Muziek maken is een ambacht. En daarvoor hebt je techniek nodig. De eerste één tot twee jaar zul je heel veel bezig zijn met techniek. Denk hierbij aan toonladders, études (Klosé, Berbiguier, Terschack, Ferling, etc.). Natuurlijk studeer je hier ook voordrachtstukken bij om de techniek in de praktijk te brengen.
-Het verschil met de muziekschool is dat de motivatie nu vooral vanuit jezelf moet komen. Ik ben je coach. Ik vertel je wat er beter kan en wat er goed gaat. Muziek kan altijd beter, en we zullen ons uiterste best gaan doen om er het maximale uit te krijgen.
-In de tweede helft van je studie gaan we ons meer en meer focussen om al iets van een eigen lijn en visie te vinden, naast het raffineren van je techniek.
-Aan het einde van je studie zal een eindconcert geven. Dit is altijd een groot feest. Je presenteert hier wat je hebt geleerd de afgelopen jaren. Het presenteren van een goede en zo probleemloos mogelijke techniek is belangrijk, maar je moet ook laten zien waar je je de komende jaren mee gaat bezig houden in artistiek opzicht.
Ik en mijn collega Andreas van Zoelen zullen op 24 januari open lessen geven. Ikzelf ben er van 12:30-14:30. Zorg dat je je instrument meeneemt en een stuk of étude die je goed kent. Dan gaan we samen eens kijken hoe de zaken er voor staan.
En natuurlijk geef ik ook advies over de studie zelf, en over de studiekeuze. Ikzelf heb veel moeite gehad met alle keuzes die op me af kwamen toen ik voor mijn studiekeuze stond. Uiteindelijk heb ik de juiste keuze gemaakt en heb voor het conservatorium, klassiek saxofoon, gekozen.
Ik heb de hele wereld gezien, van het Concertgebouw tot Carnegie Hall. Ik speel met het Amstel Quartet (www.amstelquartet.nl), als solist, met Remy van Kesteren en Rembrandt Frerichs, om maar wat te noemen.
Dagblad Trouw noemde me een paar dagen geleden in deze context:
"We noemen Bram van Sambeek, Ties Mellema, Erik Bosgraaf, Izhar Elias, Lavinia Meijer, Klaartje van Veldhoven, Ralph van Raat, Rembrandt Frerichs, om in Nederland te blijven.Allemaal op zoek naar klassiek met een twist, naar een formule om jongeren naar die zogenaamd hermetische wereld van de klassieke muziek te lokken. "
Hier vind je wat video's van me:Als solist: https://www.youtube.com/
Als jij nog niet weet wat je wilt, kom eens langs om met me te praten.
Over mijn manier van lesgeven:
-Een van de belangrijkste dingen die ik je wil meegeven is zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid in het algemeen. Ik wil datje na je studie op eigen voeten kan staan en sterk genoeg in je schoenen staat om een eigen artistieke en praktische lijn te bepalen. Het liefst begint die lijn al tijdens je conservatoriumtijd.
-In de meeste gevallen is het verstandig ervoor te kiezen de vooropleiding in te gaan. Dan heb je een jaar extra. Zelfs al zou je klaar zijn voor het eerste jaar. Mocht dit om bijvoorbeeld financiële redenen moeilijk mogelijk zijn, dan zouden we het kunnen hebben over een eventueel extra jaar aan het einde van je studie.
-Muziek maken is een ambacht. En daarvoor hebt je techniek nodig. De eerste één tot twee jaar zul je heel veel bezig zijn met techniek. Denk hierbij aan toonladders, études (Klosé, Berbiguier, Terschack, Ferling, etc.). Natuurlijk studeer je hier ook voordrachtstukken bij om de techniek in de praktijk te brengen.
-Het verschil met de muziekschool is dat de motivatie nu vooral vanuit jezelf moet komen. Ik ben je coach. Ik vertel je wat er beter kan en wat er goed gaat. Muziek kan altijd beter, en we zullen ons uiterste best gaan doen om er het maximale uit te krijgen.
-In de tweede helft van je studie gaan we ons meer en meer focussen om al iets van een eigen lijn en visie te vinden, naast het raffineren van je techniek.
-Aan het einde van je studie zal een eindconcert geven. Dit is altijd een groot feest. Je presenteert hier wat je hebt geleerd de afgelopen jaren. Het presenteren van een goede en zo probleemloos mogelijke techniek is belangrijk, maar je moet ook laten zien waar je je de komende jaren mee gaat bezig houden in artistiek opzicht.
dinsdag 8 december 2015
Masterclass Lutz Koppetsch Fontys Conservatorium, Tilburg
Op maandag 15 en dinsdag 16 februari 2016 zal de Duitse saxofonist Lutz Koppetsch een masterclass geven aan het Fontys Conservatorium in Tilburg. Mocht je aanwezig willen zijn dan kan dit. Neem dan contact op met Nicole Groenendijk https://www.facebook.com/GCNicole?fref=ts
Lutz Koppetsch:
https://www.facebook.com/Lutz-Koppetsch-306865665991713/
en
http://www.lutzkoppetsch.de/en/biography
Masterclasses bij Ernst, Delangle en Bornkamp
Lutz Koppetsch uit Krefeld (D) speelt sinds zijn negende saxofoon. Tijdens zijn laatste schooljaren begint Lutz Koppetsch zich ook los van zijn ensemblespel voor muziek te engageren: hij woont masterclasses bij bekende saxofoondocenten zoals Johannes Ernst, Claude Delangle en Arno Bornkamp bij. Onder leiding van deze laatste vat hij weldra zijn studie aan het Conservatorium van Amsterdam aan.
Docent met 26 jaar
Na verdere wedstrijdsuccessen, o.m. bij de Deutscher Musikwettbewerb te Berlijn en de internationale muziekwedstrijd van de ARD te München, en zijn studie aan de conservatoria te Parijs en Versailles wordt Lutz Koppetsch in 2001 als amper 26-jarige benoemd tot docent aan het Conservatorium Würzburg. Sinds 2008 is hij er erehoogleraar voor klassieke saxofoon, terwijl hij in Keulen woont.
Echo Klassik 2005
Daar was hij tot in 2009 lid van het Alliage Quintett. Bejubelde concertavonden in heel Duitsland leverden uiteindelijk de ECHO Klassik 2005 voor de CD “Una voce poco fa” en een onvergetelijk optreden tijdens de ZDF Echo Klassik Gala 2006 op. In 2006 en 2008 werden, samen met Lutz, bijkomende CDs voor MDG en SONY Classical opgenomen.
Docent in Würzburg
Naast zijn activiteit als docent treedt Lutz Koppetsch vaak als gastmuzikant met o.m. het Ensemble Modern, het WDR Sinfonieorchester, de Essener Philharmoniker, maar ook als kamermusicus met bv. de pianist Markus Bellheim of Alexander Schimpf, het Signum strijkkwartet en het blaaskwintet Ensemble DIX op.
Far Away – Lutz Koppetsch & La piccola banda
Met zijn ensemble La piccola banda bewandelt Lutz Koppetsch een eerder exotisch pad. De op het eerste zicht vreemde bezetting van viool, altviool, cello, contrabas, harp en accordeon is echter perfect voor de raffinesse van de kamermuziek op het volume van een orkest waarmee hij zijn prachtige saxofoontoon met zijn gevarieerde klankkleuren en karakters kan botvieren.
Lutz Koppetsch & La piccola banda gaan steevast in de richting van de oorspronkelijk bedoelde symfonische toepassingsmogelijkheden van het in 1840 door Adolphe Sax uitgevonden instrument, maar bewandelen tegelijk nieuwe, nagenoeg onbekende paden met betrekking tot de combinatie van saxofoon met kamermuziek.
De instrumentisten van La piccola banda spelen stuk voor stuk in Duitse symfonieorkesten en/of kamermuziekensembles en zijn actief als docenten.
Abonneren op:
Posts (Atom)


